Langsvlakheid bij een goed samendrukbare ondergrond
Langsvlakheid bij een goed samendrukbare ondergrond
Samenvatting
Dit rapport onderzoekt het optreden van onvoldoende langsvlakheid bij wegvakken die aangelegd worden op een goed samendrukbare ondergrond. De slappe veen- en kleilagen veroorzaken blijvende zettingsgevoeligheid. De mate van langsvlakheid heeft direct effect op veiligheid, rijcomfort en levensduur van de wegconstructie. In dit project is beoordeeld welke uitvoeringsmethode het meest geschikt is om de zettingsproblematiek bij de A27 te beperken en de langsvlakheid op de lange termijn te waarborgen. Het projectgebied bevindt zich op een slappe ondergrond, voornamelijk bestaande uit veen en klei. Hierdoor treedt autonome bodemdaling op, na het aanbrengen van een last zullen er
restzettingen tot gevolg zijn door ophogingen die niet helemaal gezet zijn. Het falen van langsvlakheid resulteert in onderhoud en hoge levensduurkosten. Binnen het project wordt gezocht naar een technisch haalbaarheid om aan de eisen en het budget van RWS te kunnen voldoen.
Uit bodemonderzoek blijkt dat het gebied wordt gekenmerkt door samendrukbare veen- en kleilagen die dikker zijn dan in de rest van het projectgebied. Zettingen zijn hier moeilijk in te voorspellen door het niet overeenkomen van de zettingsmodellen t.o.v. de werkelijkheid. Echter is de autonome daling goed te monitoren door middel van SENSAR-data. In het ontwerp wordt deze autonome bodemdaling goed meegenomen om zo een realistische voorspelling van de
zettingen te maken. Door de autonome bodemdaling gelijk te stellen aan de berekende secundaire zettingen is het mogelijk om de zettingen te berekenen en te beïnvloeden. Functionele eisen stellen grenzen aan de maximaal toegestane afwijkingen in het wegoppervlak. Het niet voldoen aan de norm leidt tot comfortverlies, structurele schade aan voertuigen en risico op waterophoping op het wegdek. Zowel initiële zetting als restzetting bepalen de uiteindelijke kwaliteit van de weg. In de ontwerpen dient hier dan ook op gestuurd te worden.
Voor de ontwerpen worden er vier hoofdgroepen van uitvoeringsmethodieken onderzocht:
1. Paalmatras – robuust en zettingsvrij, maar kostbaar en hinder voor de omgeving
2. Voorbelasting (met varianten) – goedkoper maar bijgestuurde voorspellingen kunnen leiden tot een langere uitvoeringsperiode.
3. Lichte ophoogmaterialen – beperken belasting en zettingen, maar duur.
4. Grondverbetering – effectief bij dunne slappe lagen, maar kostbaar bij grote volumes.
Geen enkele methode is zonder risico’s. De geschiktheid wordt bepaald door verwachte restzettingen, kosten, uitvoeringsduur en omgevingshinder. In de TOM worden aan de hand van verschillende criteria een zo kosten efficiënt mogelijk ontwerp afgewogen op elkaar. Aan de hand van de TOM wordt het ontwerp met vacuümconsolidatie aangemerkt als passend ontwerp. Om te kunnen vrijgeven of er in de uitvoering voldaan wordt aan de gestelde eisen in het
ontwerp is het noodzakelijk om te monitoren. Voornamelijk wordt het monitoren gedaan om te verifiëren of het ontwerp voldoet aan de gestelde prognose en daarmee de veiligheid van de uitvoering kan garanderen. Hiervoor wordt de waterspanning gemonitord om de stabiliteit van de ophogingen te kunnen vrijgeven en worden er zakbaken toegepast met dataloggers die realtimedata generen om de behaalde zettingen te kunnen vrijgeven. Na het gereedkomen van
de uitvoering wordt er door middel van satellietdata de noodzaak voor onderhoud gemonitord.
| Organisatie | |
| Opleiding | |
| Afdeling | |
| Partner | Mourik Infra B.V. |
| Jaar | 2026 |
| Type | |
| Taal | Nederlands |






























