Vergelijken sonderingsinterpretatiemethoden
Vergelijken van sonderingsinterpretatiemethoden en hun invloed op zettingsberekeningenVergelijken sonderingsinterpretatiemethoden
Vergelijken van sonderingsinterpretatiemethoden en hun invloed op zettingsberekeningenSamenvatting
Bij het ontwerpen van funderingen met de software Technosoft, kan een sondering worden geïnterpreteerd tot een bodemprofiel met verschillende grondsoorten. In Technosoft zijn 6 verschillende sonderingsinterpretatiemethoden beschikbaar. Voor de keuze van deze interpretatiemethode zijn echter geen richtlijnen, terwijl de gekozen methode aanzienlijk invloed kan hebben op de berekende zettingen. Daarom is dit onderzoek uitgevoerd met als doel te bepalen welke methode het meest realistische bodemprofiel genereert met betrekking tot zettingsresultaten. Voor dit onderzoek is de volgende hoofdvraag opgesteld:
Hoe beïnvloeden verschillende sonderingsinterpretatiemethoden de uitkomsten van zettingsberekeningen en hoe vertaalt dit zich naar een praktisch advies voor constructeurs?
Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden is kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de verschillende interpretatiemethoden. Hierbij zijn theoretische uitgangspunten, gebruikte parameters en classificatiemethoden vastgesteld en geanalyseerd. Daaropvolgend is een kwantitatief onderzoek gedaan naar een casusstudie. De casuslocatie is het nieuwe bedrijventerrein ‘de Poel’ in Goes. Op deze casuslocatie zijn gemeten zettingen beschikbaar in een grondwal door middel van zakbakens. Voor dit onderzoek zijn berekende zettingen uit Technosoft vergeleken met de praktijkmetingen om dit onderzoek te valideren met de praktijk.
Uit het kwalitatieve onderzoek blijkt dat de interpretatiemethoden gebruik maken van verschillende classificatieprincipes. De Conusweerstand en Wrijvingsgetal methoden maken gebruik van één parameter, terwijl bij de andere methoden twee parameters gebruikt worden. Robertson methoden maken gebruik van Soil Behaviour Types, waar de grond wordt geclassificeerd naar het mechanisch gedrag, en niet naar een grondsoort net als bij de andere methoden. Daarnaast verschillen de methoden in de wijze waarop de conus- en wrijvingswaarden worden genormaliseerd. Ook verschillen de methoden in gevoeligheid voor het classificeren van een grondsoort, waardoor dunnere lagen ontstaan bij gevoeligere methoden, wat resulteert in hogere zettingsresultaten. De bovenstaande verschillen leiden tot een ander bodemprofiel met verschillende grondsoorten. Deze grondsoorten geven andere rekenparameters (Cc en Ca) en leiden daarmee tot verschillende zettingsuitkomsten.
Uit het casusonderzoek blijkt dat de NEN6740-methode het beste aansluit op de gemeten praktijkzettingen, met gemiddeld circa 9% afwijking. De Robertson 1990 (NL)-methode wijkt het sterkst af en berekent gemiddeld circa 62% minder zetting dan in de praktijk is gemeten.
- Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat voor een vergelijkbare geotechnische situatie als de casusstudie, de NEN6740 methode de meest realistische resultaten geeft, en wordt daarom aanbevolen om te gebruiken. Het wordt afgeraden om de Robertson-methoden te gebruiken, omdat deze methoden de zetting structureel onderschatten.
| Organisatie | |
| Opleiding | |
| Afdeling | |
| Partner | Cerfix Constructies BV, Heinkenszand |
| Datum | 2026-06-29 |
| Type | |
| Taal | Nederlands |





























