Een moment voor verandering
Een kwalitatief onderzoek naar factoren die van invloed zijn op leefstijlondersteuning door verpleegkundigen bij vaatpatiëntenEen moment voor verandering
Een kwalitatief onderzoek naar factoren die van invloed zijn op leefstijlondersteuning door verpleegkundigen bij vaatpatiëntenSamenvatting
*Inleiding*: Leefstijlfactoren vergroten het risico op het ontstaan en verergeren van hart- en vaatziekten. Bij vaatpatiënten kan leefstijlverandering bijdragen aan het verminderen van klachten en voorkomen van complicaties. Een ziekenhuisopname biedt een geschikt moment voor leefstijlondersteuning, maar binnen de chirurgische verpleegafdeling van het Zuyderland MC is dit nog niet structureel ingebed. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in factoren die het bieden van leefstijlondersteuning beïnvloeden. De onderzoeksvraag luidt: Welke individuele en organisatorische factoren zijn van invloed bij het bieden van leefstijlondersteuning door verpleegkundigen bij vaatpatiënten op een chirurgische afdeling?
*Methode*: Er is kwalitatief onderzoek uitgevoerd met zestien respondenten (N=16), bestaande uit verpleegkundigen, studenten, een VioS, een leefstijlloketmedewerker en twee longverpleegkundigen. De gegevens zijn verzameld door middel van focusgroepen, expertinterviews en literatuuronderzoek. De gesprekken zijn opgenomen, woordelijk getranscribeerd en geanalyseerd door middel van coderen.
*Resultaten*: Binnen leefstijlondersteuning werden roken, voeding en beweging het meest genoemd. Wondzorg en ADL-zorg werden gezien als laagdrempelige momenten om leefstijl te bespreken. Organisatorisch werden tijdsdruk, een korte opnameduur, het ontbreken van een vaste werkwijze en praktische hulpmiddelen en onvoldoende bekendheid met verwijsmogelijkheden als beïnvloedende factoren genoemd. Factoren die van invloed zijn bij de patiënt waren motivatie, weerstand, kennis, gezondheidsvaardigheden en persoonlijke omstandigheden. Verpleegkundigen werden beïnvloed door inhoudelijke onzekerheid, eerdere ervaringen, de eigen leefstijl, verwachtingen over de reactie van de patiënt en het ontbreken van terugkoppeling na ontslag van invloed. Bij de gespreksvoering voelden verpleegkundigen zich communicatief bekwaam. Experts benadrukten het belang van een korte, open, oordeelloze en persoonsgerichte benadering. Respondenten benadrukten het belang van multidisciplinaire samenwerking, terwijl beschikbare ondersteuning en verwijsmogelijkheden onvoldoende bekend waren binnen het verpleegkundig team.
*Discussie en conclusie*: Leefstijlondersteuning blijkt binnen de afdeling nog geen structureel onderdeel van de verpleegkundige zorg en is sterk afhankelijk van het initiatief van de individuele verpleegkundige. Vooral organisatorische omstandigheden, maar ook patiëntmotivatie, verwachtingen en ervaringen van verpleegkundigen bepalen of en hoe leefstijl wordt besproken. Verpleegkundigen voelen zich communicatief bekwaam, maar specifieke gesprekstechnieken en kennis van verwijsmogelijkheden zijn beperkt.
*Advies en inbedding*: Geadviseerd wordt een vaste basiswerkwijze voor leefstijlondersteuning in te voeren en verpleegkundigen en studenten te scholen in gesprektechnieken en verwijsmogelijkheden. Daarnaast wordt geadviseerd een overzicht van verwijsmogelijkheden binnen en buiten het ziekenhuis te maken en leefstijl structureel vast te leggen in de verslaglegging middels een rapportagebouwsteen. Voor de borging wordt geadviseerd leefstijl een vast aandachtsveld binnen de afdeling te maken met twee tot drie aandachtsvelders. De implementatie en evaluatie verlopen volgens de PDCA-cyclus, met ondersteuning van de teamleider en periodieke afstemming met het leefstijlloket.
| Organisatie | |
| Opleiding | |
| Afdeling | |
| Datum | 2026-09-22 |
| Type | |
| Taal | Nederlands |




























